fbpx

Free Hugs! Vandaag is het internationale knuffeldag. Op zo’n moment herhalen we nog eens hoe belangrijk het voor kinderen is om hen met kleine gebaren geregeld je genegenheid te tonen. En een warme knuffel, zo blijkt ook uit heel wat studies, hoort daar zeker bij. Hoeft het immers nog gezegd dat het een fantastisch gevoel geeft om iemand, en dan vooral je kleinkinderen, eens goed te kunnen vastpakken?

Knuffelen is goed voor de hersenen

Om zich optimaal te ontwikkelen, hebben de menselijke hersenen nood aan prikkels, tederheid en liefde. Met kleine liefkozende gebaren voor je kleinkinderen zorg je er dus mee voor dat hun hersenen vorm krijgen. Verschillende delen kunnen zich dan ontwikkelen. Kinderen die veel affectie krijgen, zullen namelijk sneller dingen beginnen te onthouden, bijleren en hun emoties onder controle houden. Uit onderzoek blijkt zelfs dat de gevoelsbanden een positieve invloed hebben op de aanmaak van neuronen. Knuffelen is dus niet alleen aangenaam, maar ook goed voor het brein. Een reden te meer om het nόg vaker te doen! Jonge kinderen leren zo beter omgaan met hun emoties, meer aandacht schenken aan hun omgeving én het komt hun zelfvertrouwen ten goede. Met een zoen, een omhelzing of een knuffel geef je je kleinkinderen een gevoel van waardering en de kracht om te leren.

Graag gezien worden, jezelf en de anderen graag zien

Een kind kan pas een goede band smeden met zijn omgeving als het affectie krijgt. Zo zal het stilaan zelfvertrouwen ontwikkelen. Het wordt zelfstandiger, leert zich uit de slag trekken, maar ook vertrouwen op zijn familie en zijn vriendjes. Voor zijn ontwikkeling is het dus van fundamenteel belang dat het zich begrepen en geliefd voelt.

Behoeften die mettertijd veranderen

Alle kleinkinderen in de wereld hebben nood aan liefde en affectie. Die behoeften veranderen echter in de loop der jaren: knuffelen doen ze (jammer genoeg) vaker op hun vierde dan wanneer ze vijftien zijn…

Van 0 tot 1 jaar: op deze leeftijd toon je je pasgeboren kleinkind je genegenheid door de aandacht die het van je krijgt en de goede zorgen waarmee je het omringt. Door het in slaap te wiegen, in je armen te nemen en dicht in de buurt te zijn, geef je het een gevoel van veiligheid. Zo smeden jullie een hechte band.

Van 1 tot 2 jaar: in deze fase van hun leven worden je kleinkinderen zelfzekerder. Ze gaan dingen proberen en trekken op avontuur. Alles is voor hen nieuw, dus moeten ze gerustgesteld worden. Als ze iets tot een goed einde brengen, toon dan dat je trots op hen bent. Laat met een teder gebaar merken dat je hun vreugde deelt. Gewoonten bijbrengen is op deze leeftijd cruciaal. Zoals een verhaaltje vertellen en een wiegeliedje zingen voor het slapengaan.

Van 2 tot 3 jaar: op deze leeftijd zoeken je kleinkinderen naar bevestiging, gaan ze experimenteren en willen ze uit zichzelf allerlei dingen doen. Maar ze kunnen ook zwaar gefrustreerd geraken als iets niet lukt. Bij zo’n huilbui of woede-uitbarsting is het belangrijk om verder je genegenheid te tonen en in hun buurt te blijven. Nadat je hen hebt laten uithuilen, stel je hen gerust en tracht je hen te laten verwoorden en begrijpen wat hen zo frustreerde. Een knuffel geven is een goede manier om hen na een woedeaanval tot rust te laten komen.

Van 3 tot 5 jaar: je kleinzoon of -dochter wordt almaar zelfstandiger, maar kan natuurlijk nog steeds niet zonder je liefde. Je oogappel zal zich wel steeds beter voelen in het gezelschap van andere kinderen. Misschien zal hij zich wat afstandelijker gaan gedragen en al eens een kusje weigeren als zijn vriendjes of neefjes erbij zijn. Dwing hem dan niet, maar zoek een gepast moment. Het blijft heel belangrijk om je kleinkind aan te moedigen en gerust te stellen.

Naarmate je kleinkinderen ouder worden, zullen ze je nog geregeld, zeker op de belangrijke momenten in het leven, op een knuffel trakteren. De band met hun grootouders is namelijk heel sterk. En ook al kan die bijvoorbeeld in hun puberteit wat onder druk komen te staan, een dikke knuffel van jou zullen ze nooit afslaan!

loading